Achter de gevel van een statige woning in hartje Antwerpen schuilt het lichtrijke atelier van David Gotlib (47). Het exacte adres houdt hij liever geheim, en dat is niet verwonderlijk. Het is hier dat de diamantair en zijn team unieke manchetknopen uit gerecycleerd goud vervaardigen en met edelstenen bezetten. Het minutieuze handwerk wordt over de hele wereld gewaardeerd, met Amerika als grootste afzetmarkt.
Het atelier van David Gotlib ligt op een boogscheut van het bruisende commerciële hart van Antwerpen. Maar geen vitrine, geen gevelplakkaatje, zelfs geen naam op de bel die doet vermoeden dat hier dagelijks met de meest exclusieve materialen uit de natuur aan de slag wordt gegaan.
Met een glimlach zwaait Gotlib de deur open en loodst ons naar de fris ingerichte ontvangstruimte. Die werd onlangs helemaal gerestyled met foto’s van gracieuze modellen die Gotlibs manchetknopen van internationale allure voorzien. Op tafel staat een bordje met chocoladegebak. “Mijn vrouw stond erop om zelf iets lekkers te maken”, zegt hij. “Tast toe.”
Bij een kopje thee vragen we Gotlib hoe een mens er in hemelsnaam toe komt zich toe te leggen op het vervaardigen van manchetknopen. Want je kan moeilijk beweren dat het accessoire vandaag nog breed gedragen wordt, laat staan dat het hip of trendy is. “Een voor de hand liggende keuze was het inderdaad niet”, zegt hij instemmend. “Het was ook geen rationele beslissing, maar een emotionele keuze die alles te maken heeft met mijn familiegeschiedenis.”
Lening van de burgemeester
Gotlib is een telg uit een Antwerps-joodse familie van diamantairs. Het was zijn grootvader die zich destijds omschoolde tot diamantair. “Hij woonde als kind op Zurenborg. Toen de oorlog uitbrak, vluchtte hij samen met zijn moeder naar het zuiden van Frankrijk om er op een boerderij te werken”, vertelt hij. “Daar werden ze uiteindelijk alsnog opgepakt en naar Auschwitz gestuurd.”
Zijn overgrootmoeder werd meteen na haar aankomst in Auschwitz door de nazi’s vermoord. Zijn grootvader overleefde het concentratiekamp wel. “Hij had het ‘geluk’ dat hij een mooie stem had, en dus moest hij voor de Duitsers zingen.” Toen de oorlog voorbij was, keerde zijn grootvader terug naar Antwerpen. “Maar hij had niets meer. Hij was toen 19 jaar en sliep in een school. Omdat hij niet wist wat te doen, schreef hij een brief naar de toenmalige Antwerpse burgemeester Camille Huysmans. Wat kan ik doen, wat raadt u me aan, schreef hij.”
Huysmans nodigde de grootvader van Gotlib uit op het stadhuis. “Het leven is als een boek, zei Huysmans hem. En nu is het tijd voor een mooi hoofdstuk. De burgemeester leende mijn grootvader 10.000 Belgische frank en raadde hem aan om zich om te scholen tot diamantair.”
Zo geschiedde. “Volgens de verhalen in onze familie kon mijn grootvader de burgemeester al na twee jaar terugbetalen”, glimlacht Gotlib. “Hij bouwde een bloeiende carrière als diamantair uit, leerde mijn grootmoeder kennen en kreeg drie kinderen, van wie er twee in zijn voetsporen traden. Een van hen was mijn vader.”
Bar Mitzvah
Voor Gotlib was het vanzelfsprekend om op zijn beurt het pad te volgen dat zijn familie voor hem had uitgezet. “Al moest ik wel eerst voortstuderen van mijn ouders”, zegt hij. “Ik studeerde Economie en liep stage bij een bank. Daar ben ik na twee maanden gaan lopen. Vreselijk vond ik dat.”
Niet veel later zette hij zijn eerste stappen in de diamantsector. “Ik begon met werken in een diamantslijperij.” Hij bouwde er uitgebreide kennis op over het verwerkingsproces van ruwe diamanten. “Dat heb ik twintig jaar gedaan. Maar al die tijd kriebelde het om op een bepaald moment iets creatievers te gaan doen.”
Het duwtje dat daarvoor nodig was, kreeg hij van zijn grootmoeder. “Ik had een erg goede band met haar. In 2013 overleed mijn grootvader. Enkele maanden nadien was het de bar mitswa van mijn oudste zoon (viering van de 13de verjaardag, het jaar waarin joodse jongens religieus meerderjarig worden, red.). Mijn grootmoeder vroeg me of ik haar een plezier wilde doen. Ze schonk me een doosje met daarin de manchetknopen van mijn grootvader en vroeg of ik die wilde dragen op het feest. Natuurlijk wilde ik dat! Ik kocht er een hemd voor en sindsdien draag ik elke dag manchetknopen. Sommige mensen vragen me zelfs of ik ze draag in mijn pyjama”, lacht hij.
Niet veel later vertelde Gotlib zijn vrouw dat hij manchetknopen zou gaan vervaardigen en dat hij een eigen juweellabel wilde oprichten. “Daar was ze in eerste instantie niet zo happig op”, geeft hij toe. “Je hebt vijf kinderen, kan je niets normaals doen?” Niet dus.
Topambachtslui gezocht
Om zijn allereerste model mee vorm te geven, ging de Antwerpenaar op zoek naar een goudsmid. “Dankzij mijn connecties in de diamantwereld vond ik al snel iemand. Het kostte ons meerdere maanden om dat eerste ontwerp te perfectioneren. Bij manchetknopen draait alles om details. Het is zo’n klein accessoire dat één millimeter groter of kleiner een wereld van verschil maakt.”
Die eerste modellen liet hij fabriceren in Italië. “Maar toen brak covid uit. Ik kon niet meer afreizen om de kwaliteit te controleren en zag hoe die zienderogen achteruitging. Op dat moment heb ik beslist om het hele maakproces van A tot Z onder te brengen in Antwerpen. Dat voelde ook niet meer dan logisch. Mijn familie heeft zoveel te danken aan deze stad. Dat wil ik met trots uitdragen.”
Drie jaar geleden ging hij op zoek naar een atelierruimte. Die vond hij pal in het centrum. “Een half jaar later waren we operationeel.” Vandaag heeft Gotlib vier ambachtslui in dienst die de liefde voor zijn vak delen en die zijn ontwerpen perfect weten uit te voeren.
“Ik heb hen recht van de schoolbanken geplukt. De zoektocht naar mensen die deze stiel écht onder de knie hebben, is ontzettend moeilijk. De grote juweelhuizen uit Parijs halen de crème de la crème er bij het afstuderen meteen uit. Een ander deel zit al in de sector en gaat aan de slag in de eigen familiezaak. En dan is het zaak om de enkele toppers die er dan nog tussen zitten, naar jou te trekken.”
290 diamantjes
En dat lukte hem aardig. Achter de op maat gemaakte houten werkbanken staan vandaag vier jonge mensen, met aan het hoofd van het team de Zuid-Afrikaanse Madeli Viljoen (32). “In mijn thuisland had ik al heel wat ervaring opgedaan”, vertelt ze. “In België behaalde ik mijn master en had ik het geluk om op deze plek terecht te komen.”
Haar specialiteit? Het solderen van de verschillende gouden onderdelen. “En ik ontwerp de modellen ook mee, samen met David”, zegt ze terwijl ze ons doorheen het atelier loodst en alle fijne werktools toont die gebruikt worden om het ruwe goud dat toekomt te snijden, schuren, vervormen, vijlen en polijsten. “Zoals je ziet, is het een lang proces om tot het eindproduct te komen. Vaak werken we drie dagen lang aan één paar manchetknopen.”
Achterin het atelier zit de Oekraïense ‘zetter’ André. Hij kijkt geconcentreerd door zijn microscoop terwijl hij 290 minuscule gaatjes ‘boort’ in een manchetknoop van amper één vierkante centimeter groot. “Dit is ons meest complexe en vernuftige ontwerp”, zegt Gotlib. Niet veel later worden evenveel diamantjes van één millimeter groot uit een kluis gehaald en in een schaaltje gelegd. Een voor een plaatst André ze met engelengeduld in de gaatjes. Wanneer hij ons uitnodigt om door de microscoop te kijken, zien we een schitterend rijtje edelstenen dat met het blote oog amper op die manier waar te nemen valt.
“De diamanten koop ik aan bij een Antwerps bedrijf dat in volledige transparantie werkt. We weten dus perfect waar elke diamant vandaan komt”, licht Gotlib toe. “Het goud dat we gebruiken, is gerecycleerd goud. Er is vandaag meer dan voldoende goud in omloop. We hoeven echt niet nog meer te ontginnen.”
“Toen ik veertien jaar geleden in België toekwam, ben ik me in de stiel van ‘zetter’ gaan verdiepen”, vertelt André wanneer hij even opkijkt van zijn microscoop. “Het heeft me veel oefening gekost om te kunnen wat ik vandaag kan. Het is niet makkelijk. Je moet constant geconcentreerd zijn. Bovendien draag je een grote verantwoordelijkheid, want je werkt met kostbare materialen. Maar ik doe dit graag. Anders zou het me niet lukken om zo’n mooi resultaat af te leveren.”
“Wat deze plek zo bijzonder maakt, is dat we als team iets neerzetten dat je in je eentje nooit kan bereiken. Iedereen heeft zijn eigen unieke vakkennis”, zegt Madeli terwijl ze halt houdt bij de werkbank van de Nederlandse Minou. “Zij is bezig om met een fijne, handgesneden lederen strip het goud te polijsten. Dat is een bijzonder onderdeel van het proces en iets wat je alleen in de meest luxueuze ateliers ziet gebeuren.”
Van Japan tot de VS
Voor de manchetknopen van Gotlib tel je algauw een paar duizend euro neer. “Het model waarin André nu diamanten aan het zetten is, kost ongeveer 12.000 euro voor een paar.” Voor het meest prijzige ontwerp betaal je zelfs 18.000 euro.
Vraag is dan wie Gotlib tot zijn cliënteel mag rekenen? “Mijn klanten wonen over heel de wereld, met Amerika, Groot-Brittannië, Japan en Duitsland als grootste afzetmarkten. In die volgorde. In het begin hadden we geen concurrentie en waren we wereldwijd de enigen die op deze manier werken. Intussen heb je in Amerika twee of drie ateliers die zich ook hebben toegespitst op de creatie van exclusieve manchetknopen.”
Dat de ster van de Antwerpse diamantsector al enkele jaren tanende is, daar merkt de ontwerper naar eigen zeggen niet veel van. “Diamant is het mooiste basisproduct ter wereld. Onze sector is aan het evolueren, en wij vinden daar onze weg in. De stijgende goudprijzen bezorgen ons meer kopzorgen.”
Het profiel van zijn klanten is uiteenlopend. “Van zakenlui en advocaten tot dokters of zelfstandigen. Denk aan dertigers, veertigers en vijftigers die iets te vieren hebben en voor die gelegenheid iets unieks willen dragen. Geen opzichtig horloge, maar iets subtiels dat een verfijnde smaak uitstraalt.”
Zij kunnen kiezen voor een ontwerp dat door Gotlib werd uitgedacht, of ze kunnen met een eigen idee naar hem komen. “Zo had ik laatst een klant wiens hond was overleden. Ze had van die hond een pootafdruk laten maken. Op haar vraag maakten we manchetknopen precies in de vorm van die pootjes.” Ook de ‘Love Cufflinks’, ontworpen door prinses Delphine Boël, werden door het team van Gotlib vervaardigd.
“Zelf proberen we het goud van onze ontwerpen op zo’n manier te polijsten dat het resultaat wat ruwer en mannelijker oogt. Dat is wat onze ontwerpen kenmerkt”, toont Gotlib zijn favoriete paar. “Eigenlijk vind ik het vooral fijn om telkens weer van nul te kunnen beginnen. Als je weet hoe het moet, kan je zolang spelen met goud tot je het perfecte resultaat bekomt. En meestal is dat niet wat ik op voorhand in gedachten had.”
|